Begrippenlijst: uitvaart, overlijden en nalatenschap

Rond een overlijden, een uitvaart en een nalatenschap kom je veel vakbegrippen tegen. In deze begrippenlijst leggen we de meestgebruikte termen uit in begrijpelijke taal, zodat je niets hoeft op te zoeken op een moment dat je hoofd al vol zit.

Deze lijst groeit mee met de site. Mis je een begrip of klopt er iets niet? Laat het ons weten via de contactpagina.

Rond de uitvaart

  • Asbestemming — wat er na een crematie met de as gebeurt: bijzetten in een urn, verstrooien of bewaren. Lees meer bij de crematie en waar je as mag verstrooien.
  • Columbarium — een ruimte of muur met nissen waarin asbussen of urnen worden bijgezet.
  • Condoleance — het uitspreken van medeleven aan de nabestaanden, vaak rond of na de uitvaart. Zie condoleance-teksten en voorbeelden.
  • Opbaren — het verzorgd laten rusten van de overledene vóór de uitvaart, thuis of in een uitvaart- of rouwcentrum. Zie wat er met het lichaam gebeurt na overlijden.
  • Rouwkaart — de kaart waarmee nabestaanden een overlijden bekendmaken en uitnodigen voor het afscheid. Zie een rouwkaart maken en versturen.
  • Uitvaartverzorger — ook wel uitvaartondernemer: de persoon of het bedrijf dat de uitvaart regelt en de nabestaanden begeleidt.

Graven en begraven

  • Algemeen graf — een graf dat door de begraafplaats wordt uitgegeven en gedeeld kan worden met anderen; je bepaalt niet wie er nog meer wordt begraven.
  • Particulier graf — ook wel eigen graf: een graf waarvan jij het uitsluitend recht hebt en waarbij je zelf bepaalt wie erin wordt begraven.
  • Grafrecht — het recht om een bepaald graf voor een afgesproken periode te gebruiken. Lees meer bij de begrafenis.

Na een overlijden en de nalatenschap

  • Akte van overlijden — de officiële akte van de gemeente die het overlijden vastlegt. Je hebt deze vaak nodig om zaken te regelen. Zie wat je binnen 24 uur moet melden.
  • Nalatenschap — het geheel van bezittingen én schulden dat iemand achterlaat. Zie na een overlijden en de complete checklist voor de nalatenschap.
  • Executeur — de persoon die in een testament is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen.
  • Verklaring van erfrecht — een notariële verklaring over wie de erfgenamen zijn en wie de nalatenschap mag beheren; vaak nodig om bij bankrekeningen te kunnen.
  • Legaat — een specifiek bedrag of voorwerp dat je via je testament aan iemand nalaat.
  • Legitieme portie — het wettelijke minimumdeel van de erfenis waarop een kind aanspraak kan maken, ook als het is onterfd. Ook wel het kindsdeel genoemd.
  • Beneficiair aanvaarden — een erfenis aanvaarden onder voorbehoud, zodat je nooit meer schulden erft dan er bezittingen zijn. Zie erfenis aanvaarden, verwerpen of beneficiair aanvaarden.

Vooraf vastleggen

  • Testament — een notariële akte waarin je vastlegt wat er na je overlijden met je bezit gebeurt en wie je erfgenamen zijn. Alleen geldig als een notaris het opmaakt. Zie testament opstellen: kosten en stappen.
  • Levenstestament — een notariële akte waarin je vastlegt wie jouw zaken regelt als je dat zelf niet meer kunt, bijvoorbeeld door ziekte. Geldt tijdens je leven. Zie wat een levenstestament is en waarom je er een nodig hebt.
  • Codicil — een handgeschreven, gedateerd en ondertekend document waarmee je specifieke persoonlijke spullen (zoals sieraden of meubels) nalaat. Niet geldig voor geld of een woning.
  • Wilsverklaring — een schriftelijke vastlegging van je wensen rond medische behandeling, zoals een behandelverbod. Zie testament en wensen en een wilsverklaring opstellen: voorbeeld.