Na het overlijden van je partner kan nabestaandenpensioen een belangrijke aanvulling zijn op je inkomen. Maar wanneer stopt nabestaandenpensioen eigenlijk? Deze uitkering loopt niet altijd levenslang door: bepaalde gebeurtenissen in je leven kunnen ervoor zorgen dat de betaling eindigt of wijzigt. In dit artikel lees je welke situaties dat zijn en wat je het beste kunt doen als je twijfelt over jouw situatie.
In het kort
- Nabestaandenpensioen stopt vaak bij hertrouwen, samenwonen of een nieuw geregistreerd partnerschap.
- Wezenpensioen voor kinderen eindigt meestal rond de 18e verjaardag, met uitzonderingen bij studie.
- De regels verschillen per pensioenfonds — het pensioenreglement van de overledene is altijd leidend.
Wat is nabestaandenpensioen ook alweer?
Nabestaandenpensioen is een uitkering van het pensioenfonds van je overleden partner, los van de AOW-nabestaandenuitkering van de overheid. Niet elk pensioenfonds kent dezelfde voorwaarden, en niet iedereen bouwt evenveel nabestaandenpensioen op. Twijfel je nog over de basis, lees dan eerst wat nabestaandenpensioen precies inhoudt en wanneer je er recht op hebt voordat je verder leest over wanneer het weer stopt.
De belangrijkste redenen waarom nabestaandenpensioen stopt
Hertrouwen, samenwonen of een nieuw partnerschap
De meest voorkomende reden dat nabestaandenpensioen stopt, is een nieuwe relatie. Veel pensioenreglementen zien nabestaandenpensioen als een uitkering die is gekoppeld aan het gemis van je overleden partner. Ga je hertrouwen, een geregistreerd partnerschap aan of ga je samenwonen alsof je getrouwd bent, dan kan het fonds de uitkering beëindigen. Dit is niet bij elk fonds hetzelfde geregeld: sommige reglementen zijn hier strenger in dan andere. Meld een nieuwe relatie daarom altijd bij het pensioenfonds, ook als je twijfelt of het gevolgen heeft — niet melden kan achteraf tot terugvordering leiden.
Overlijden van de nabestaande zelf
Nabestaandenpensioen is persoonsgebonden. Overlijdt de nabestaande partner op zijn of haar beurt, dan stopt de uitkering vanzelfsprekend. Voor eventuele kinderen kan er dan nog wel wezenpensioen doorlopen, afhankelijk van het pensioenreglement.
Het bereiken van een bepaalde leeftijd (bij wezenpensioen)
Krijgen kinderen wezenpensioen, dan is dit meestal aan een leeftijdsgrens gebonden. Veel fondsen laten het wezenpensioen stoppen zodra het kind 18 jaar wordt, met een mogelijke verlenging tot 21 of soms 27 jaar als het kind nog studeert. Deze grenzen verschillen per fonds, dus check dit specifiek in het reglement.
Het bereiken van de AOW-leeftijd
Sommige pensioenregelingen bouwen het nabestaandenpensioen af of passen het aan zodra de nabestaande de AOW-leeftijd bereikt, omdat er dan ook een AOW-uitkering bijkomt. Andere fondsen laten de uitkering ongewijzigd doorlopen. Wil je weten hoe dit voor jou werkt, kijk dan ook naar hoe AOW en andere uitkeringen na overlijden precies samenhangen met een eventueel nabestaandenpensioen.
Einde van de wettelijke of contractuele voorwaarden
Sommige pensioenregelingen kennen een tijdelijk nabestaandenpensioen, bijvoorbeeld een uitkering die na een vaste periode overgaat in een lager bedrag of stopt. Dit hangt sterk af van het specifieke pensioenreglement en het type dienstverband dat de overledene had.
Bijzondere situatie: een eerdere scheiding
Was de overledene eerder gescheiden, dan kan een ex-partner in sommige gevallen ook aanspraak maken op een deel van het nabestaandenpensioen — dit heet bijzonder partnerpensioen. Dat recht staat los van jouw eigen nabestaandenpensioen als huidige partner, maar kan wel invloed hebben op de hoogte van wat jij ontvangt. Ook dit staat vastgelegd in het pensioenreglement en eventueel in de scheidingsafspraken. Twijfel je of dit in jouw situatie speelt, vraag dit dan expliciet na bij het pensioenfonds, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Hoe kom je erachter wat er in jouw situatie geldt?
Omdat de voorwaarden per pensioenfonds verschillen, is de enige betrouwbare manier om zekerheid te krijgen: het pensioenreglement van de overledene opvragen bij het fonds zelf. Vraag concreet naar:
- De voorwaarden rond hertrouwen, samenwonen of een nieuw partnerschap.
- De leeftijdsgrenzen voor eventueel wezenpensioen.
- Wat er gebeurt bij het bereiken van de AOW-leeftijd.
- Of de uitkering tijdelijk of levenslang is toegekend.
Twijfel je over je rechten of is de situatie complex, bijvoorbeeld door een eerdere scheiding of een tweede huwelijk van de overledene, dan kan een specialist in pensioenrecht of de klantenservice van het pensioenfonds meekijken.
Wat kun je zelf doen om verrassingen te voorkomen?
- Meld wijzigingen op tijd. Ga je samenwonen of hertrouwen, geef dit dan proactief door aan het pensioenfonds.
- Bewaar de correspondentie. Zo weet je later precies onder welke voorwaarden de uitkering is toegekend.
- Vraag jaarlijks een pensioenoverzicht op. Zo zie je op tijd als er iets verandert in de hoogte of duur van de uitkering.
- Neem de bredere administratie mee. Het regelen van nabestaandenpensioen staat vaak niet op zichzelf; het maakt onderdeel uit van de bredere afwikkeling die je na een overlijden moet doen.
Veelgestelde vragen
Stopt nabestaandenpensioen als je hertrouwt?
Bij veel pensioenfondsen eindigt het nabestaandenpensioen inderdaad als je hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een nieuwe partner. Dit verschilt per pensioenreglement, dus check dit bij het fonds van de overledene.
Stopt nabestaandenpensioen bij het bereiken van de AOW-leeftijd?
Niet per se. Sommige pensioenfondsen zetten het nabestaandenpensioen ongewijzigd voort na de AOW-leeftijd, andere passen de hoogte aan omdat de AOW dan ook meetelt. Vraag dit na bij het pensioenfonds.
Wat gebeurt er met nabestaandenpensioen voor kinderen als ze volwassen worden?
Wezenpensioen stopt meestal zodra het kind een bepaalde leeftijd bereikt, vaak 18 jaar, met een verlenging tot 21 of 27 jaar bij een opleiding. Dit staat vastgelegd in het pensioenreglement van het fonds.